THÉOPHILE DE BOCK
(Théophile Emile Achille)

* 14-01-1851, ’s-Gravenhage
† 12-11-1904, Haarlem

Actief in de gemeente:

portret

Opleiding: eerste lessen van J.W. van Borsselen, later van J.H. Weissenbruch, ook van Barbizon - m.n. Corot en Rousseau - ondergaat hij invloed; vanaf 1878 schildert Willem Maris vaak koeien en figuren in De Bocks werk en vult de lacunes in zijn opleiding

Periode in de regio: volgens mondelinge getuigenissen verbleef hij rond 1900 kort in Plasmolen

Exposities in de regio: ..

Woonplaats: Renkum 1895-1902

Genre en techniek: graficus, tekenaar maar vooral schilder, met name van het Gelderse landschap, vaak werden de schilderijen gestoffeerd door Willem Maris; gold als een van de kleine meesters van de Haagse School, zijn grote voorbeeld is Jacob Maris die hij vanaf 1875 kent en veelvuldig ziet; tussen 1887 en 1890 veel scheepswerven in Deventer en Zwartsluis en veel - unaniem geprezen - studies in roodkrijt in Oosterbeek; maakte aanvankelijk buitenstudies in olieverf die hij in zijn atelier uitwerkte, de laatste jaren maakte hij de studies in zwartkrijt met een latere uitwerking uit het geheugen; zijn bijnaam ‘de beukenschilder’ doet geen recht aan de veelzijdigheid van zijn onderwerpskeuze: veel duin-, zee-, bos- en rivierlandschappen en veel gezichten op kasteel Doorwerth; droeg ook etsen en litho’s bij aan de portefeuilles van de Nederlandse Etsclub;
gekarakteriseerd als impressionistisch, maar de groep Oosterbeekse schilders waarvan hij deel uitmaakte en die invloed van Haagse School en Amsterdams impressionisme uitstraalde, wordt door de lossere, schetsmatige en kleurrijke manier van schilderen als realistisch gekenschetst

Typering: “‘k Weet niet of ik kunstenaar ben en dus kunst geef (...) Maar wèl weet ik dat ik rustloos zoek ter voldoening van mijn oog of tot rust van mijn gemoedsleven, die beiden tot op heden steeds teleurgesteld bleven (...) maar wel geloof ik, dat tenslotte door vele studiën, een origineel of individueel werk kan worden verkregen.” (De Bock in een brief 1893)
“... en er is geen schilderij van De Bock dat ik niet met zeker pleizier zie, er is altijd iets frisch en vriendelijks in” (Vincent van Gogh in brief)
“Over de kwaliteit van zijn werk liepen de meningen sterk uiteen. Zijn werk is verguisd en opgehemeld. Voor een deel is dit aan zijn persoonlijkheid te danken, voor een ander deel aan de ongelijkheid van zijn werk.” (Haagse School / 1988)



Berkenrij langs beekje * Geitenhoeder op duinpad * Landweg Renkum * Molen langs rivier * Boerderij achter duinen

Bijzonderheden: Omwille van de omvang van deze site zijn enkele onderdelen hier niet opgenomen. Het betreft de biografische bijzonderheden, 5 persoonlijke foto’s en 5 foto’s van werken. Deze onderdelen staan uiteraard op de CD-rom die die in 2005 is verschenen. Om een indruk te geven van een complete pagina, is wel alle informatie op de pagina over Jacques van Mourik geplaatst.

Literatuur: Théophile de Bock / 1991; Haagse School / 2001; Tabak / 2001; Oosterbeek / 1983; Jacobs / 2003; Schilderachtig toerisme / 2002; Plasschaert / 1923; Plasschaert / z.j.; Luns / z.j.; Nijmeegs Katern 4-1996; Drenthe / 1997; Dageraad / 1999; Haagse School / 1983; Haagse School / 1988; Estafette / 2000; Prentkunst / 1983; Verbeeld / 2001; Scheen / 1946; Den Haag / 1998; Oosterbeek / 2006

 

adresboek    exposities               vorige  volgende             definities   literatuur   lexiconindex