GEVANGEN MET PEN & PENSEEL
“Zuid-Limburg heeft toeristiek onbetwistbaar een grooten voorsprong op de rest der provincie, daar het landschapsschoon hier samengedrongen ligt binnen eng bestek (…)
Tegenover Emile Seipgens, die te Roermond thuishoorde en den nieuweren romanschrijver Maas, welke de Peel de volle aandacht schonk, stelde het Zuiden het letterkundige werk van Ecrivisse, Dautzenberg, Lambrechts, Hurrelbrinck, Emile en Frans Erens en vooral van Marie Koenen en Felix Rutten.
Ook de schilders lieten zich blijkbaar alleen nog maar door het romantische Zuiden inspireeren. Daarvan getuigt uit den aard der zaak vooral de Maastrichtsche school met Eberhard, Graafland, Windt, Jules Brouwers (…) Zij het om de industrie of om de schoonheid, om het uitgebreid hotelwezen of zelfs om den oorlog, die er rakelings aan voorbij ging, altijd weer was het ‘t lokkende Zuiden, dat de aandacht trok (…)”
(Uit: D.J. van der Ven ‘Ons mooie Nederland: Limburg’ (1918), p. 2, 6-7)
In het kader van het vijftienjarig bestaan van Stichting Jacques van Mourik en de start van de tweede fase van het project ‘Regiokunst, een levend lexicon’ verschijnt deze uitgave. Het citaat hiervoor vormde eerder de openingstekst van een expositie waarin Stichting Jacques van Mourik de rijkdom in woord en beeld uit het grensgebied van de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland in kaart bracht.
De enige kunstenaarskolonie van Limburg ontstond niet in het zuiden maar in Plasmolen, in het noorden van de provincie. Zo’n vierhonderd professionele kunstenaars hebben gewoond en/of gewerkt in dit grensgebied.
Met deze uitgave wordt in chronologische volgorde een selectie van beeldend en letterkundig werk uit de regio gepresenteerd, waarmee lezers hun eigen “kunstroute” kunnen uitzetten. Als deze uitgave mensen ertoe aanzet om met andere ogen te kijken naar het landschap dat hen omringt en de kunst die er ontstond, dan is de missie van de Stichting geslaagd.